donderdag 5 april 2012

De stamtafel


Gisteren ter voor voorbereiding op een teamdag een paar interviews gehad met projectleiders van een projectteam van de Noord Zuid lijn. Wellicht is het beter te zeggen dat het hier een groep mensen betreft, allemaal hoogwaardige professionals op hun specifieke domein, die samen een uitzonderlijk complexe klus hebben te klaren. Veel partijen, veel belangen, veel vergaderingen. En daarom dus ook het gevaar van vertraging wellicht door de druk om te snel te willen gaan. Manfred Kets de Vries zegt daar in Organisatie Paradoxen het volgende over: ’Disfuncties onderhouden en versterken zichzelf. Een organisatie die de weg gekozen heeft van scheiding, splitsing en bureaucratisering, zal op eigen kracht lang niet altijd in staat zijn dit pad te verlaten. Juist als de moeilijkheden zich opstapelen, ontstaat de neiging deze te bestrijden met nog meer scheiding, splitsing en bureaucratisering: men bestrijdt de kwalen met hun eigen oorzaak.’

HotsPot of hutspot?
Terugdenkend aan de gesprekken gisteren vraag ik mij af of het mogelijk en zelfs wel wenselijk is voor deze projectleiders om als team te functioneren. Er wordt wel degelijk een gezamenlijke en persoonlijke aansprakelijkheid gevoeld maar de focus ligt toch vooral om het realiseren van de eigen prestaties en daar is natuurlijk niks mis mee als die in lijn zijn met het collectief. Dat maakt juist een team succesvol. Dat maakt het tot, zoals Linda Gratton aangeeft een hotspot. ‘Een hotspot = (samenwerkingsgericht denken x grenzen overschrijden x een aanstekelijk doel) x productief vermogen.’ En iedereen heeft wel de ervaring in zo’n team. En toch lijkt zo’n team meer uitzondering te zijn dan regel. Hoe kan dat?

Wie neemt het voortouw?
Vandaag zit ik in het Dokkafee op RDM Campus mij voor te bereiden op een gesprek over een workshop tijdens een conferentie van de HBO Raad als Cor van Asch binnenloopt. Cor is projectleider van het Havenbedrijf en verantwoordelijk voor de ontwikkeling van RDM West. Waarschijnlijk de mooiste onderwijslocatie in Nederland. Gevestigd op het terrein en in de prachtig verbouwde gebouwen van de oude Rotterdamsche Droogdok Maatschappij. Ik mag Cor bijzonder graag. Een bescheiden man die zichzelf schijnbaar wegcijfert en uitgerekend hij is de man die een drijvende kracht is achter alle bijzondere ontwikkelingen van dit bijzondere gebied. Hij gaat tegenover mij zitten aan de stamtafel. Hij vertelt over de vergadering van vanavond waarin een besluit genomen wordt over het Aqua Dock dat in de Dokhaven gebouwd zou moeten worden. Een proeftuin voor bouwen op water zou hier moeten komen. Zou, want inmiddels duurt het al anderhalf jaar en is er nog steeds geen beslissing genomen over wel of niet doorgaan. Voor Cor een kwestie van ontbreken van opdrachtgeverschap. Zeker in deze economische krappe tijden zijn maar weinig partijen bereid om risico te nemen. Maken even liever een pas op de plaats. Als risico nemen de spiegel is van vertrouwen dan kijkt er een behoorlijk tekort te bestaan aan dat laatste. Wel vervelend. Zonder risico geen opdrachtgever schap. Iedereen dekt zich in, dus gebeurt er niks.

Wangaari Mathaai
Cor vertelt mij over het Groenkleed, een initiatief van bewoners van Heijplaat om bomen te planten op de plekken waar 350 woningen zijn gesloopt. Het doet mij denken aan Wangaari Mathaai, de oprichtster van de Green Belt Movement en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede. Zij maakte zich ernstig zorgen over de niet te remmen bomenkap in Kenia dat er voor zorgde dat de vrouwen steeds verder moesten lopen om water te tappen. Onderweg liepen ze het risico om te worden verkracht of vermoord. Zij wilde dat een halt toeroepen en samen met een paar vriendinnen besloot ze bomen te planten in Nairobi. Het begon met het planten van 8 bomen waarvan na een jaar nog slechts de helft over was. Ze lieten zich niet ontmoedigen en 20 jaar later waren er in 200 communities van de Green Belt Movement die in Afrika inmiddels meer dan 200 miljoen bomen heben geplant. Bij de Nobelprijsuitreiking gaf ze aan hoe het eens begon: “It all started when two friends and I started talking at  the kitchen table.” Is het zo simpel?


dinsdag 3 april 2012

Ik ben omdat wij zijn


De laatste tijd word ik steeds vaker gevraagd als faciltator van Communities. Of ze nu Communities of Learners, Communities of Practise of gewoon Leerwerkgemeenschappen genoemd worden, mensen van nu lijken behoefte te hebben om meer met andere mensen te doen. Gelukkig maar. We hebben onze werkelijkheid wel erg complex gemaakt met allerlei systemen die ons soms hebben vervreemd van elkaar en van onze eigen behoeften.

Wat zijn die behoeften eigenlijk? Simpel gesteld heeft een mens twee behoeften. Wij willen ons zelf ontwikkelen, groeien en we willen een bijdrage leveren aan het geheel. Anthony Robbins, NLP goeroe, die uitgaat van zes universele behoeften van ieder mens, nuanceert dat enigszins. Een belangrijk begrip bij hem is motivatie. In beweging komen. Motivatie ontstaat als aan verschillende behoeften wordt voldaan. Bevrediging van alle behoeften is nodig,  alleen verschillen mensen nogal  in waar ze de prioriteit leggen. De één wil meer zekerheid, de ander wil graag belangrijk zijn, weer een ander gedijt bij een flinke dosis onzekerheid. Volgens hem, en ik neem dat ook waar, zijn mensen gemotiveerder naarmate er meer universele behoeften worden vervuld.  De zes behoeften op een rijtje, alhoewel ik een allergie heb voor lijstjes:
- 1 Zekerheid
- 2 Onzekerheid / Variatie
- 3 Belangrijkheid / Uniciteit
- 4 Liefde en verbinding
- - - - - - - - - - - - - - - - - - -
- 5 Persoonlijke groei
- 6 Bijdrage aan een groter geheel

Met name de laatste is in deze tijd heel manifest. We zijn doorgeslagen in onze behoefte om onze eigenheid neer te zetten. Als je dit plaatst tegenover de behoefte aan saamhorigheid, dan lijkt eigenheid belangrijker te zijn. Een ontroerende  film in deze context is Japanse Levenslessen. Over meester Kanamori die op wel heel bijzondere wijze laat zien wat het belang is van delen.  



zondag 1 april 2012

Ik en de ander

Wat mensen het belangrijkste van alles vinden, is het gevoel gemist te worden. En het rare is natuurlijk dat niemand echt onmisbaar is. Toch willen we dat kennelijk graag allemaal. Opgemerkt worden. Mooi woord, opmerken. Het merk Alje bijvoorbeeld. Wat zou de wereld missen als ik er niet zou zijn? Is vaak de eerste vraag die ik stel als ik gevraagd wordt om een corporate story te schrijven. Het is de vraag naar de essentie, de kern van het bedrijf. De identiteit.

Identiteit is de weg terug langs plaatsen waar we eens geweest zijn. Verreweg de mooiste definitie die ik ken van identiteit. Het brengt ons terug naar onze wortels. Naar onze reden van bestaan. Ontleende je eerst je identiteit aan het milieu waaruit je voortkwam, tegenwoordig zijn we allemaal gespecialiseerde individuen. Dat is op zich ok: we zijn relatief vrije en zelfbewuste mensen. Maar wat is vrij en wat is zelfbewust? Misschien helpt het om even nader te kijken naar het woord individu. In is on en dividuus is deelbaar. Ondeelbaar dus. Wij zijn geen fragment maar zijn onderdeel van het geheel. Vrij en zelfbewust wil dus eigenlijk zeggen dat we vrij zijn maar wel in verbondenheid en het zelfbewuste laat zien dat wij ons deel weten van het grotere geheel. Niks mis mee. Een filmpje dat hier mooi op aansluit is Balanz.