donderdag 15 januari 2015

het vrije woord



De enige reden waarom mensen veranderen is omdat ze niet hoeven te veranderen. Als de ontregeling maar groot genoeg is dan veranderen zij vanzelf. Om mijzelf te ontregelen stel ik vanaf vandaag een nieuwe regel in: iedere morgen om 5 uur opstaan en gedurende een uur een verhaaltje schrijven over het eerste woord waar mijn oog op valt of waarmee ik wakker word. Geen cosmetische correcties. Doorschrijven.

Vandaag is het woord rekken. Waarom? Naast mijn laptop ligt het eerste en enige tijdschrift Arminius; voorvechter van de vrije wil. Een mooie vrouw op de cover. Een roze button met de tekst: nummer 1 en dat blijft zo. Daaronder in verschillende kleuren namen van geïnterviewden.  Mijn oog valt op Adelheid Roosen: rek in de regels. Pas dan zie ik dat boven haar naam de namen staan van mensen die mij ook intrigeren. Tariq Ramadan. Ramsey Nasr. Ook nog andere namen maar ik associeer Pauw, Opstelten, Siebelink en Witteman niet echt met voorvechters van het vrjje woord of de vrije wil. Adelheid wel. Een blijmoedige rebel die dankbaar is dat er regels zijn. Zonder regel is er geen rebel. Zonder rebel is er geen regel? Iedere kracht roept zijn tegenkracht op. Ieder deel een tegendeel.

 Ik heb nu de neiging om los te gaan op de aanslagen in Parijs, de aantasting van het vrije woord, de demonstraties en de publieke verontwaardiging. Ik rem mijzelf af en dat is wel opmerkelijk. Waarom geef ik geen gas terwijl ik zonet schreef dat ik mijzelf oplegde om niet te stoppen met schrijven maar juist door te gaan totdat alles is gezegd? Ik heb geen idee en wil dat ook niet onderzoeken nu. Morgen misschien. In mijn hoofd zingt Jessey Norman het prachtige Morgen van Richard Straus. Und morgen wird die Sonne wieder scheinen. Op de cd  volgt het nummer op het mooiste wegenlied dat ik ken: Träume. Eens getwijfeld welk van deze twee nummers tijdens mijn uitvaart gedraaid zou moeten worden. Beiden troostrijk. Alje het Troostmeisje. De Brood Trooster. U vraagt wij draaien. U huilt, Alje troost. En proost. Ik merk dat in mij weer de Ontregelaar bezig is die nu ook weer knabbelt aan mijn net ingestelde regel: schrijven over het eerste woord dat mij opkomt. Terug naar dat woord. Nog even protest. Al door het zeggen van het woord, deelt men, scheidt en schendt, het Onnoembare dat men niet kent. Dat ik niet uitspreken kan maar toch uitspreken moet. Alles in mij wil meegevoerd worden in deze stroom. De wind zit onder de woorden en ik hang tegen. Ik hang in de trapeze terwijl mijn zeilboot de golven klieft. Ik wil niet meegevoerd worden, ik wil terug naar het woord. Rekken. De wind gaat liggen. Rekken en erbij blijven nu.

Rekken, rigiditeit en regels. De rekkelijken de preciezen. Ook in mij zit die tegenstelling. Ik ben zeer rekkelijk en zeer precies. Eigenlijk is het dus geen tegenstelling. Het is niet teen noch tander. Het is er allebei. Teen en  tander. Altijd. Noem het een dynamiek die er in mij left. Automatisch word ik nu gecorrigeerd. Leeft, lef, let, loeft, elft. De wind steekt weer op. Ga ik mee of hang ik tegen? Alletwee. Focus en brede blik. Ik geniet weer van dit spelen. Voel mij geïnspireerd. Binnen momenten van inspiratie ontstaat dus die focus en het merkwaardige: die heeft geen doel. Die is. Tegelijkertijd is er niets doeltreffender dan die focus. 

Ergens in het artikel vertelt Adelheid dat ze nergens zo gelukkig van word als het doorbreken van regels. Niet om het breken om het breken maar omdat ze zo ontzettend nieuwsgierig is. Dat is haar wezen. Mijn wezen. Niet dwarsliggen om ergens tegen te zijn maar gewoon omdat dat van binnen moet. Kijken hoever je kunt gaan. Leren is iedere keer opnieuw het experiment aangaan. Experience en experience. Ook daar zit een bepaalde paradox in. Door het durven experimenteren/ ervaren, hier left het weer, word je een ervaren ervarener. En hoeveel ruimte is er dan nog voor het experiment?
Ik zie op de klok dat het uur bijna verstreken is. In mij schreeuwt het om een slotwoord. Een pointe. Een lijn is een punt die in beweging is. Een uitspraak van Paul Klee. Maar dat bedoel ik niet. Focus Alje. Terug naar het woord. Rekken. Rekken van en in inzichten is doorlopend transformeren en bezig blijven. Balanceren tussen kracht en tegenkracht. Vloek ja tegen het vroomste nee. Zeg neen waar alle anderen, ook in jou, ja zeggen. Om het precies te zeggen: rekken en er bij blijven.

vrijdag 3 oktober 2014

Kanis en Gunning



Iets later dan gepland komen we aan op station Bijlmer. Denkt u bij het verlaten van de trein aan het meenemen van uw persoonlijke bezittingen en reist u met de ov chip, vergeet dan niet uit te checken.’ ‘Neen, jij moet je kanis dicht houden’, hoor ik een vrouw in plat Amsterdams zeggen. ‘Ik luister niet meer naar je, eikel’, en ze verbreekt de verbinding. Het is herfst. Op het perron word ik gedwongen om naar de Arena te kijken. Een klomp beton. In niets vergelijkbaar met de Kuip.

Vriendelijke studenten in oranje heten mij welkom. Ik moet meteen aan het gruwelijke lot denken van de in oranje gehulde gijzelaars van IS. Een student komt met een dienblad vol speldjes op mij af. Ik kies voor het speldje met de tekst ‘serendipity is promoting excellence’. Onverwachte relevantie. Je bent op zoek naar het één en vindt iets anders. En dat gebeurt alleen maar als je open staat voor het onverwachte, het onbestemde. En dat lukt niet altijd. Het oordeel houdt vaak een zuivere waarneming tegen.

Ik lees in het programmaboekje de samenvatting van het manifest dat als afsluiting van het excellentieprogramma zo dadelijk zal worden overhandigd aan de minister. Het eerste punt van het manifest komt binnen. Leren is een persoonlijke reis. ‘Moedig studenten aan hun persoonlijke ‘drive’ te vinden en help hen om hun passie te ontdekken en er richting aan te geven. Geef hierbij ruimte aan nieuwsgierigheid en ambitie, maar ook aan het toeval waardoor nieuwe en onverwachte inzichten kunnen ontstaan.’ Mooi, denk ik maar dan slaat het oordeel weer toe als ik de volgende zin lees: ‘Bied studenten een community waarin zij met elkaar kunnen samenwerken en waarin zij elkaar kunnen inspireren.’ Fout, denk ik. Een community of een gemeenschap organiseert zichzelf op basis van gemeenschappelijkheid en niet door weer een aanbod van de bestuurlijke elite die bepaalt wat goed is voor de massa. Een mens wordt niet als massa geboren. En ook niet als kassa.

Gelukkig krijg ik weinig tijd om mij te ergeren. Het feest begint. Een filmpje. Ping pong, een scorebord. Een prachtige tekst van iemand van Lost Boys. Jatten, jatten, jatten. Zolang je maar niet steelt van jezelf.

Een goed voorbereide dagvoorzitter introduceert de gasten. Allemaal emninentes grise. Grijs kapsel, grijze maatkostuums, grijze teksten, schoenmaat 43+. Gelukkig komt er kleur op het podium met Jet Bussemaker. Ze haalt in haar pleidooi voor eigenzinnigheid een prachtig boek aan: Excellent sheep: the Misunderstanding of the American Elite and the Way to a Meaningful Life. Het boek gaat over hersenloze carrières van talentvolle studenten die slechts bezig zijn met het klonen van elkaar. One size misfits all.

En dan is het de beurt aan Tex Gunning. Mijn held. Vader van 4 kinderen. Oud topman van Unilever, lid van de Raad van Bestuur van Akzo Nobel en nu CEO van TNT Express. Op het podium staat een man met een levende missie: een organisatie creëren waarin mensen als vrienden met elkaar omgaan. En dat kan alleen maar als je dienend bent aan de ander en het andere in die ander kunt erkennen. En dat heeft alles te maken met weten wie je bent en waar je vandaan komt. Je karakter is belangrijker dan je skills. Daarop zou het accent moeten liggen op school. Op karaktervorming en het ontdekken van gemeenschappelijkheid. Wat volgens Gunning daarbij voorwaardelijk is, is te luisteren naar je innerlijke stem. En die hoor je alleen als het stil is. Als je even je kanis houdt en diep luistert. Pas dan komt het proces van Gunning op gang.