dinsdag 2 juli 2013

Teen en Tander



Kennis betekent iedere dag iets nieuws leren. Wijsheid betekent iedere dag iets los laten.'
(Zenspreuk)

Een mens wordt niet als massa geboren en toch laat hij zich flink bepalen door de Mening van Men. Personal branding voor corporate casual clothing. I Phone. Why join the Navy if you can be a pirat?” vroeg Jobs zich af.  En en masse werden we piraten. Met zijn allen in een lange rij. Polonaise op het nieuwe jargon. Duurzaamheid, innovatie, zwermen, integrale aanpak. Met zijn allen zijn we blij, met zijn allen zij aan zij en als iedereen het doet, ziet niemand mij. (Bram Vermeulen)

We leven in een verwarrende tijd. Aan de ene kant wordt gepredikt dat het individualisme zijn langste tijd heeft gehad en dat het tijd wordt voor co-creatie, coöperaties en communicatieve zelfsturing. Aan de andere kant is er de roep om eigenaarschap, op eigen kracht, zelfredzaamheid en zelfsturing. Het lijken twee waarheden die moeilijk met elkaar in een doosje passen. Maar is dat ook zo?

Eén van mijn grote leermeesters is Byron Katie geweest. Voor haar was ‘confusion the only suffering.’ Verwarring heeft altijd te maken met een schijnbare keuze die we moeten maken. Teen of Tander. Zus of zo. Of of. Typerend voor een exclusief, digitaal en beperkend wereldbeeld. Je kunt nu één keer niet alles hebben. Maar is dat ook zo?

Ik herinner mij een andere grote leermeester, Shanti van Iersel. Mijn psychologiedocent op Ubbo Emmius. Na mijn geweldsmisdrijf kreeg ik van hem een bandje met de tekst van zijn Meester Bhagwan. Neither this nor that. Het bandje heeft een belangrijke rol gespeeld in de verwerking van het misdrijf. Al kom ik er nu pas achter dat ik de tekst zo’n dertig jaar geleden anders heb beluisterd en beleefd dan nu. Whenever you’re in doubt, just simply say to your self: Not do.” Althans, dat dacht ik toen. Pas kort geleden kwam ik er achter dat hij zei:  Whenever you’re in doubt, just simply say to your self: not two.” Niet twee. Niet of…of, maar en en. Teen en Tander. Individualiteit en Collectiviteit. Coöperatief/ communicatief en Zelfsturing. Arnold Cornelis was zo gek nog niet in zijn bewering dat we in de overgang zitten van een sociaal extern gestuurd regelsysteem naar een communicatief zelfsturingssysteem. En bij iedere overgang horen rode waarschuwingslichten.  Niet oversteken bij rood licht. “Maar er komt in velden noch wegen een trein aan?” Blijft u wachten of rijdt u verder?

De natuur is een goede leermeester. We hebben kuddes, scholen en zwermen. The wisdom of the crowd. En toch wordt die wisdom pas gevonden door een paar individuen die een andere richting in slaan. Vaak zijn dit individuen met een beperking en die dus daarom niet gehinderd op zoek gaan naar ruimte voor iets nieuws. In de beperking toont zich de Meester. Een voorbeeldje van een mooie beperking vind je bij de mieren. Mieren hebben twee belangrijke eigenschappen. Ze ruiken en scheiden geuren af. En dat levert prachtige bouwwerken op. Nu zijn er in die kolonies ook een paar, niet echt veel, individuen met een beperking. Ze scheiden wel geur af maar ruiken niet. En soms, vooral als voedsel schaars wordt, raken ze van hun padje en slaan nieuwe wegen in. En terwijl ze op zoek gaan naar nieuwe voeding, scheiden ze hun geur af. Na een tijdje zie je dat deze beperkte geesten gevolgd worden door de horde die op zoek gaat naar nieuwe voedingsbronnen. Misschien ben ik een mierenneuker maar voilà…. Een ander voorbeeld vind je in de scholen.

Een school visjes blijft bij elkaar, omdat de schubben van de visjes reageren op minieme drukverschillen in het water, veroorzaakt door het visje ernaast. Hierdoor zwemt de hele school tamelijk synchroon. Als je de school zo zou laten, zou de school eigenlijk alleen maar doelloos rondjes zwemmen. Gelukkig zijn er ook visjes, die niet zo gevoelig zijn voor wat het visje ernaast doet. Ik noem ze autistische visjes; je kunt de gevoelige schubben vergelijken met spiegelneuronen, en een gebrek aan goed functionerende spiegelneuronen bij mensen wordt in verband gebracht met autisme.
Nu blijkt, dat ontdekkingstochten van scholen met visjes, te danken zijn aan deze autistische visjes. Zonder erop te letten wat hun buren doen, zwemmen deze visjes soms een andere kant op, waardoor ze nieuwe wateren ontdekken. Teveel autistische visjes in een school zou maken dat de school uiteen valt. In een school visjes heb je dus een paar autistjes nodig, en daarnaast heel veel volgers. Visjes die met hun schubben voelen en nadoen wat het eigenwijze visje onderneemt.

En zo zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen uit de dierenwereld en het is verleidelijk om ze allemaal te noemen. Ik noem er nog slechts eentje. Het verhaal van Imo of de honderdste aap. Ergens in de Stille Zuidzee leefde een apenkolonie rustig en gelukkig. Het begin van een mooi verhaal. Ze deden wat ze altijd al deden en kregen wat ze altijd al hadden gekregen. Onder andere ondergescheten kokosnoten en bananen. Imo vond dat niet echt lekker en waste zijn bananen in zee. En iedereen dacht: “Die Imo is gek.” Maar plotseling was er een tweede aap die hetzelfde deed. Niks aan de hand, de derrie werd nog steeds in stevige stralen op de vruchten geloosd. En toen kwam een derde aap die zich onttrok aan de kadaverdiscipline. Een vierde. Een vijfde. En bij de 27e aap ging in een rap tempo de hele boel overstag. Alle apen wasten hun kokosnoten en bananen voortaan voordat ze deze opaten. En het bijzondere was, dat dat gedrag ook zichtbaar was op eilanden ver verwijderd van dat eiland van Imo. Geen sms, geen skype, geen mail en toch een enorme gedragsverandering?

Ook binnen organisaties waar ik werk, kom ik de Imo’s tegen, de hoogbegaafde autisten, de dwarsdenkers. De kleine groep innovators die de rand van de nieuwe kern al zien. Omdat ze niet anders kunnen. En volgen we hen in deze tijd van verwarring of houden we halsstarrig vast aan denkmodellen die hun langste tijd hebben gehad? En is dat een keuze? Ik geloof het wel!

woensdag 26 juni 2013

in het vuur van de hoop



We hebben behoefte aan symbolen en verhalen omdat de ziel nu eenmaal niet te zien is. (Aboutaleb tijdens de herdenking van het bombardement 14 mei)

Ik word wakker op een brandend boorplatform met grote letters RDM Campus er op. We drijven midden op de rivier, bijna even ver verwijderd van Heijplaat als van het Vaste Land. Vanuit de vier hoeken laait het vuur op terwijl in het midden vier mensen zitten te klaverjassen. “Pas. Gepast. Ik speel”, zegt Bert, terwijl zijn maat aan de overkant hem vertwijfeld aankijkt maar Bert negeert het sein. Ik ren op het platform heen en weer en schreeuw dat we moeten blussen en dat we naar de kant moeten. Maakt niet uit naar welke. Ik ben uitgeblust, roept iemand mij moedeloos toe. Bezweet word ik wakker.

Als je oude verhaal niet meer werkt en het concept dreigt ten onder te gaan, is het voor iedereen duidelijk dat het anders moet. Maar wanneer komt dat moment? Wanneer is er dat besef dat de boel werkelijk vastloopt? En wat was dat oude verhaal ook al weer? Mark Smit, nu adviseur van Onderwijs en Kwaliteit, herinnert zich nog de belofte van het RDM. “Een vrijplaats met veel ruimte, een eiland waar je met gelijkgestemden zou kunnen experimenteren, nieuwe dingen zou mogen doen en daar vervolgens vee lawaai over maken. Jammer genoeg is het toch weer een HR dingetje geworden met oud regime.

Vorige week had ik een goed gesprek over het rendement van onderwijs met Lex Sanou, procesbegeleider van het Platform Beroepsonderwijs.  In een pittig artikel, Innovatie: hype, hope en teleurstelling, schrijft Lex in samenwerking met Yvonne Moerman dat onderwijsinstellingen niet bedrijfsmatig kijken naar onderwijsinnovatie en noemt dit als één van de oorzaken van het onderpresteren. ‘…projecten zijn onvoldoende verankerd in het strategische beleid en vooraf wordt te weinig nagedacht over de mogelijke impact van het project. De uitvoering va de projecten doorkruist de bestaande structuur en systemen; het personeel is onvoldoende toegerust en wordt onvoldoende gefaciliteerd voor hun rol  en taak in innovatieprojecten, evenals de ontvangers- de leerlingen- van de innovatie; de cultuur van organisatie is nauwelijks gericht op innoveren en het managen van innovatieprojecten vindt vaak plaats vanuit traditionele opvattingen, waar nieuwe aanpakken gewenst zijn.’
Een catastrofaal leerproces noemt Arnold Cornelis, onze cultuurfilosoof,  dit. Niet kijken naar oplossingen die werken in een nieuwe situatie maar teruggrijpen naar oplossingen die ooit werkten. In de hoop dat….

De eerste reflex als de boel vastloopt, is om de inspanningen te vergroten. Meer interventies, meer van hetzelfde. Hetzelfde beter doen. De tweede reactie lijkt interessanter: loslaten en een andere weg inslaan. Gaan doen wat je nog niet kan. Maar dat doen we al een tijdje. Bovendien kun je pas loslaten als je ergens grip op hebt gehad. De derde reactie biedt volgens Lex en mij nog meer soelaas: de boel even stilzetten en met alle stakeholders, door alle lagen heen, op alle niveaus reflecteren op je oorspronkelijke Bedoeling: het zijn van een Plaats van Kansen waarin met Passie gewerkt wordt aan nieuwe modellen voor het onderwijs. Een R&D Platform zijn voor vernieuwing in het denken en handelen over leren en ontwikkelen. RDM staat voor mij voor Ruimte voor Durvende Mensen. Al die andere termen als Center of Expertise enz zijn mooi maar voor mij gaat het primair om de ruimte om te ontwerpen, ontdekken en ondernemen. En die ruimte laat zich niet organiseren. Die ontstaat door initiatief en collectief. Met zijn allen een veld aanmaken waarin de magie van het leren kan beginnen. En dat lukt niet in je eentje.

Twee projecten die voor mij laten zien waar RDM voor staat zijn het ESCBO project van ATE en Concept House van Bouwkunde. Twee prachtige projecten waarin op alle niveaus wordt geleerd. Docenten, studenten en opdrachtgevers. In deze projecten zijn grenzen opgezocht en opgerekt. Is nieuwe kennis gemaakt. En dat woord gebruiken we gemakkelijk maar we vergeten vaak dat leren vooraf gaat aan kennis. En leren gebeurt alleen maar op de grens. En de ingang tot leren is: Ik weet het niet. Net als tot de liefde overigens maar dat terzijde. Hoewel? Er zijn overeenkomsten. Ook in de liefde ken je momenten waarop je het even niet meer weet, waarop je op een kruispunt staat en ernstig twijfelt. Wil ik dit nog wel? Na 33 jaar huwelijk weet ik dat het dan goed is om er bij te blijven. In het vuur van de wanhoop zitten en voelen en  verdragen wat daar uit tevoorschijn komt. Maar dat betekent wel dat je de tijd even stil zet, even in de vertraging gaat, elkaar aankijkt en deelt. Om van daaruit opnieuw ja te zeggen tegen elkaar. Waarom houd ik ook al weer van je? Soms is het goed om opnieuw naar dat heartfelt commitment te gaan.

Liefde en leren. Leren van liefde. Liefde voor leren. Laten we nog even teruggaan naar Concept House en ESCBO. IK hoop dat Arjan Karssenberg en Roeland Hogt hier iets over kunnen zeggen. Over de relatie van liefde, leren en hun project. En als zij er niet zijn of liever niet willen dan wil ik dat graag doen. En hen en al die mensen die daarin hebben meegewerkt eren. Voor mij zijn het helden. En ieder heldenverhaal begint met iemand die op weg gaat en nog geen weet heeft waar naar toe. Onderweg komt hij of zij twijfels tegen, ontdekt zijn missie, wordt ernstig uitgedaagd, ontwikkelt talenten om die uitdagingen aan te gaan, wordt verleid om maar niet aan te komen op de bestemming, om vervolgens door een nauwe poort toch thuis te komen. Gelouterd. Een ander mens en daarmee is ook de gemeenschap veranderd. Verrijkt.

ESCBO en CH zijn de nieuwe verhalen van het onderwijs. En het onderwijs heeft deze nieuwe verhalen nodig. RDM heeft deze verhalen nodig. Verhalen van vlees en bloed. Van zweet en tranen. Want dat gebeurt, dat neem je waar in ruimtes waar geleerd wordt.

Je zou ruimte voor leren kunnen opvatten als een blaasbalg. In de smederij van mijn pake hing zo’n grote. Uitdijen en krimpen.  De opeenvolging daarvan doet het vuur ontvlammen voor een doorlopend leerproces. Een krimpende leerruimte duidt op eenzijdigheid, tunnelvisie en een overheersing van een dominante denklijn. Een almaar uitdijende leerruimte lijkt op een zeepbel en vergroot opportunistisch gedrag en…..Pats, spat uit elkaar. Wel grappig dat er STAP ontstaat als je PATS omdraait. Tijd voor een volgende stap. Tijd voor een goed gesprek over commitment en gedeelde doelen. Over waar we staan met zijn allen. Wat hebben we bereikt? Welke successen zijn behaald en hoe borgen we die? Wat is de volgende stap? Weer richt mijn focus zich op het woordje STAP. Als je het door elkaar husselt, staat er PAST. In het Engels verleden. En de toekomst van het onderwijs zit niet in het verleden. Die maken we nu. Hier.

Ik speel”, zegt Bert.” Ik pas.” Ik ga mee. En ik twijfel of we wel genoeg troeven in handen hebben. Maar dat is het spel. En daar horen nu een keer risico’s bij. Overigens houd ik het meest van spelletjes met de minste spelregels maar dat is weer een heel ander verhaal.

zondag 24 maart 2013