vrijdag 6 september 2013

Connecting the dots



‘De lijn is een punt die zich in beweging zet’. Een reflectie van de kunstenaar Paul Klee. Nulla dies sine linea. ‘Geen dag zonder lijn' betekent bij Klee dat je elke dag met je vak bezig moet zijn, telkens even moet denken waarom het ook weer te doen was in je leven. In zijn geval was dat de scheppende kunst, maar het geldt eigenlijk voor iedereen. De schrijver en journalist kunnen geen dag zonder geschreven regel, de  filosoof niet zonder een uurtje Kant lezen, de jurist niet zonder haar jurisprudentie, de atleet niet zonder zijn kilometers en de wielrenner niet zonder zijn dagelijkse training van twee uur fietsen, de docent niet zonder reflectie hoe het leren nog beter kan.

De lijn is nooit af, groeit als een organisme verder en verder. De lijn gaat op reis en beleeft steeds nieuwe avonturen. De lijn krijgt een eigen leven in een eindeloze reeks mogelijke figuren en kruisingen van lijnen. Het is, kortom, een scheppend beginsel, dat zich iedere dag opnieuw doet gelden. Het is herbeginnen, het tegenovergestelde van de herhaling of de mechanische verveling. Punt. En altijd ben ik benieuwd wat er na de punt komt.

Inmiddels is het een week geleden dat we met dertien ervaren innovators in het onderwijs de Lerende Reis zijn begonnen. Relatieve eenlingen die zich proberen los te zingen van de wereld van conventies. Inventies in plaats van conventies. Stuk voor stuk zijn het mensen die streven naar een ruimere blik, naar een andere manier van denken en handelen in het onderwijs. En dat andere denken en handelen vraagt om andere contexten omdat alleen die leiden tot schuivende inzichten. Creatieve uitingen en innovatieve ideeën staan meestal niet op zichzelf maar ontstaan binnen een bepaalde context van niet traditioneel denken. Buiten je eigen denkkaders treden leidt tot het zien van nieuwe oplossingen. Zo groeit het besef dat er met verschillende brillen gekeken kan worden, dat je het denken over onderwijs kunt herdenken.

Onderwijs is te belangrijk om er niet mee te experimenteren. En dat hebben we gedaan. Josephine en ik hebben gekozen voor een andere aanpak die je zou kunnen samenvatten met: RUIMTE maken en Ruimte laten. Geen onderzoeker of trainer als eigenaar van een leertraject, maar de groep als regisseur van haar eigen leerproces. Niet lean and mean, maar leeg en ruim. Een vrijplaats of agora bieden waarin je met anderen relatief tijdloos kan filosoferen en autonoom kunt creëren. Ruimte maken en laten om iets moois en nieuws te laten ontstaan. Iets essentieels zonder overbodigheden. Spannend. Ook voor mij. Ik ben geneigd om stevig in het proces te zitten. Er ontgaat mij geen trillend bovenlipje, of een ontwikkelend patroon in groepsprocessen. En dan niet ingrijpen maar de groep alleen maar volgen in aandachtige aanwezigheid.

Leiden en volgen. Iemand die iets creëert leidt degene die het aanschouwt ergens naar toe. Jij, de ontvanger, volgt daarin misschien, maar er is geen vaste weg, alleen die van jezelf. Een weg naar jouw en mijn persoonlijke vragen. En wie is daarin leidend? Wie of wat zet je aan om je eigen pad te volgen? Vragen die ik mij stel. Wie ben ik en wat is mijn rol als ik niet meer de initiator ben van de leerprocessen van de ander of van de groep die ik begeleid. En wat houdt die begeleiding dan eigenlijk in? Is het hebben van hoge verwachtingen en het faciliteren en aanwezig zijn genoeg? Reflecties van een vertwijfelde trainer.

De Lerende Reis gaat voor mij over grensoverschrijdende samenwerking, pedagogische professionals, kennisdeling, creatieve spanning, nieuwe combinaties, over de afwezigheid van regels en procedures, over collectieve ambitie, bescheidenheid, betrokkenheid en zelforganisatie, over synergie, verrijking van verschillen en over dienend leiderschap. Bij dat laatste heb ik altijd de neiging om leider schaap te schrijven. Loopt een goede herder voor of achter de schapen?

De eerste voorzichtige stap is gezet. En nu maar met zijn allen ontdekken welke lijn er zal ontstaan. Wat uiteindelijk in februari zichtbaar zal zijn, we zullen het beleven.
Graag sluit ik af met de bekende woorden van Klee:  'Kunst geeft niet het zichtbare weer, kunst maakt zichtbaar'.

zondag 1 september 2013

Hardnekkige Heermoes

Renée en ik hebben een heerlijke moestuin. Ik ken geen plekje waar ik zo snel in slaap val. Een watertje voor ons en een paar hanige hanen die de hele dag door kraaien aan de overkant. Ons tuintje is anders dan de tuin van onze buurman Bas die dit stekje al een jaar of vijftig bebouwd. Rechte stroken, grote productie. Wij zijn een jaar of vier bezig. Ik vooral met spitten om te zorgen dat Renée lekker met haar plantjes kan praten. Met haar koperen tuingereedschap heeft ze er een mooi tuintje van gemaakt ondanks de strijd tegen de hardnekkige heermoes. Het lijkt een ongelijke strijd. De heermoes blijft terugkomen, vooral op plekken waar we niet hebben gespit of kunnen spitten, zoals onder het terras of rondom de vruchtstruiken. Gif willen we niet gebruiken maar wat dan wel?

Teruggekomen van vakantie zien we dat onze boze buurman Bas de heermoes aan de waterkant van ons landje en op de grens van zijn en ons land met gif heeft bespoten. Ook rond onze bessenstruik en tomaten. Buurman Bas heeft natuurlijk last van onze heermoes en heeft geklaagd bij de botte bestuurders van de vereniging die net als hij als sinds mensenheugenis op de tuin zitten en die hebben vervolgens actie ondernomen in onze afwezigheid.

Een andere Bas, Bas Rosenbrand, oprichter van Iederwijs, de school van onze kinderen, heeft in zijn boek Rondspraak vier verschillende vormen van communicatie beschreven die voortkomen uit de houding die je naar een ander hebt. Noem het vier verschillende systemen elk met hun eigen dynamiek. Het bepaalt je communicatie, hoe je beslissingen neemt, conflicten oplost, wat je ziet als kwaliteit en verantwoordelijkheid, hoe je naar leren kijkt, hoe je leiderschap invult enz.
In het kort, op een rijtje:
Ik tegen de ander. De ander is een bedreiging. Ik heb gelijk en jij dus niet. En dat zal je weten ook.
Ik of de ander. De ander is de concurrent. Wedstrijdjes om macht. Ik heb meer gelijk dan jij.
Ik en ander. De ander is je partner. Uitwisseling, afstemming en matchen van verwachtingen. Delen.
Ik ben de ander. De ander is een deel va het geheel. Compassie en empathie als resonantie in je eigen wezen van wat de ander voelt. (www.rondspraak. nl)

Vanmorgen hebben we besloten om door te gaan met onze moestuin maar wel op een andere plek. Op zoek naar vruchtbare grond.

woensdag 31 juli 2013

Sneuveldurf



Niet gezocht en toch gekregen. Je zoekt iets en je vindt iets anders. Onverwachte ontdekkingen. Je gaat naar IKEA om een kast te ruilen en wordt verliefd op de vrouw van je leven. Vele voorbeelden zijn voorhanden. Bekende als de ontdekking van penicilline van Fleming of het ontstaan van de abstracte schilderkunst door Kandinsky, die terug gekomen in zijn atelier een prachtig schilderij zag staan. Het bleek zijn eigen schilderij te zijn maar dan op zijn kop. De verrassing toen hij ontdekte dat het zijn eigen schilderij was… en toen het besef of de vraag wat hij er mee aan moest.

De microbioloog Louis Pasteur concludeerde dat je wel gevoelig moest zijn voor onverwachte ontdekkingen. “Le hasard ne favorise que des esprits préparés.” Het toeval begunstigt alleen de geesten die zijn voorbereid. Wel leuk om even het woordje ‘préparés’ onder de microscoop te leggen. Voorbereiden of klaarmaken voor. Zit ook het woord paraat in. Klaar zijn voor het onverwachte. En daar hebben we het juist zo moeilijk mee in onze tijd waarin de angst regeert. Waarin we nog steeds geloven in de illusie van de maakbaarheid. Een logische vraag lijkt dan ook of we het toeval kunnen organiseren. Wie zit er nou niet te wachten op onverwachte opbrengsten?

Kunnen we het toeval een handje helpen? Lijkt mij wel. We netwerken ons suf en wat is netwerken anders dan het verlangen om het lot een handje te helpen?  Verlangen en belangen liggen dicht bij elkaar. Maar of die wilskracht ons dichter bij het onverwachte brengen?

Even terug naar meneer Pasteur. Het toeval begunstigt alleen de geesten die zijn voorbereid. Mensen  die bereid zijn om zich te laten verrassen en het momentum te pakken. En vaak zijn dat mensen die sneuveldurf bezitten. Mensen met lef. Lefbak of lafbek. Een kwestie van een shift in denken. En het lijkt er op dat die nu meer dan ooit nodig is. Volgens Jan Rotmans, hoogleraar Transitiemanagement aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam, leven wij niet in een tijdperk van veranderingen maar in een verandering van tijdperk.  En andere tijden vragen om andere mores. Om een andere aanpak. Een aanpak die ruimte laat voor de onverwachte relevantie. Die op haar beurt weer ruimte geeft. Onbestemde, ongedefinieerde, restruimte.

Wat zou er in uw organisatie gebeuren als er plotseling, heel toevallig onbestemde mensen aan tafel zitten die met u op zoek gaan naar antwoorden op complexe vraagstukken? Niet de usual suspects maar juist de vreemde eenden in de bijt. De intelligente knutselaars zoals Levi Straus deze mensen noemt, mensen die zich niet (meer) laten leiden door tegenslag en frustratie maar de ruimte nemen om het eens op een heel andere manier te bekijken. Die langs de randen van het ravijn durven lopen maar gek genoeg er nooit in vallen. Meestal.

Zullen we in navolging van Louis Pasteur in uw organisatie een Serendipiteits Laboratorium opzetten? Een plek waar gewerkt wordt met mensen die (voor) bereid zijn om eens heel anders na te denken over de uitdagingen van deze tijd. Mensen met sneuveldurf.