donderdag 21 januari 2016

Kom op nou



Spieren maak je sterker door ze te gebruiken. Iedereen weet dat als je een tijdje uit de running bent geweest, dat je spieren dan slap worden. Het werkwoord van slap is slapen. ‘Kom op nou’, schreeuwt  een opdringerige papzak en roept ons op om naar Basic Fit te gaan. Ik heb zo’n sportschool 1 keer geprobeerd maar, opgevoed in de ontkenning van mijn eigen kracht en door de kolere herrie van opzwepende muziek, heb ik het bij die ene keer gelaten. Ik ben een Slapjanus. En als ik even naar dit woord ga, valt mijn oog op anus. Een weinig aantrekkelijk beeld dus schieten mijn hersenen in de billenstand. Jennifer Lopez. Wist u dat zij haar billen had verzekerd voor 300 miljoen dollar? Ik ben een Billenman. Billen werken op mij als een magneet, alhoewel mijn eigen billen  steeds meer slapen. Zou ik de vorm van mijn billen nog kunnen beïnvloeden of moet ik mij maar neerleggen bij de gedachte dat ik niet meer geschikt ben als sparringpartner noch als paringspartner?

Kan het zijn dat een mens naast een grote Wilspier, een musculus glutaes maximus, ook een grote Wilspier heeft? Een musculus voluntas maximus. Wist u dat de gluteus maximus de grootste spier van ons lichaam is? Hoe zit dat met de omvang van de grote wilspier? In zijn juiste perspectief begrepen, is de wil, meer dan enige andere factor, de sleutel tot vrijheid en keuze. En dat is niet niks. Zou je de vorm van je willen net zo kunnen trainen als de vorm van je billen?

Allemaal hebben we soms te maken met situaties die vragen om het gebruik van onze wil. Als we dat doen, stijgt ons psychisch voltage en kunnen we tot een grotere vrijheid komen. Als we het niet doen worden we verpletterd onder de omstandigheden van het leven en begraven we ons steeds dieper in de groeven der gewoonte. Dat koersen op de automatische piloot, op routines of juist instinctief handelen, voorkomt dat we nieuw gedrag kunnen bedenken. En als er iets nodig is in deze duizelingwekkende tijd, dan is het wel het vinden van nieuw handelingsrepertoire. 

Wat nu als we naast een Sportschool voor Mooie Billen nu ook een School voor Mooi Willen zouden opzetten? Een Laboratorium waarin we, niet uit gewoonte of plichtsgevoel, onze wil mogen ontdekken. En daarmee ons wilsrepertoire vergroten en uit onze cirkel van Willoosheid stappen? Dat vereist natuurlijk wel dat je die school regelmatig bezoekt of op een andere manier jezelf beperkt en disciplineert. 

Wil betekent soms ploeteren, soms druist die regelrecht in tegen onze ingeslepen zienswijzen en routines. Maar er is ook een gezonde wil, voortkomend uit onze kern, ons wezen. Een metakracht, zoals Alyce en Elmer Green het noemden, die het spel van de verschillende elementen van de persoonlijkheid vanuit een onafhankelijk standpunt kan sturen, zonder zich met 1 ervan te vermengen of te vereenzelvigen.

 ‘Je moet doen wat je niet laten kunt’, zei mijn vader. Maar of hij werkelijk bedoelde dat het echte willen alleen gebeurt vanuit ons middelpunt, ik weet het niet. Net zo min als ik precies weet wat ik nu werkelijk zelf wil met de rest van mijn leven. Globaal weet ik het wel: ik wil mijn talenten tot uiting brengen. Maar wie kan daar tegen zijn? Niemand is tegen een mooie lente, nietwaar. Maar hoe breng ik dat nu in stelling? Hoe breng ik mijn wil in actie? Gewoon door te oefenen? ‘Kom op nou.’

donderdag 24 december 2015

Alles wendt



Het probleem van onze tijd is dat we in onze samenleving in een uiterste turbulentie terecht zijn gekomen. Steeds grotere versnelling en steeds sterkere vertraging van de ontwikkelingen die op de meest uiteenlopende gebieden gaande zijn, wisselen elkaar voortdurend af. Daardoor wordt de individuele mens vaak uit zijn eigen centrum getrokken, met alle ernstige gevolgen die dat voor zhijn fysieke en psychische gezondheid meebrengt. Volgens Jaap Voigt is onze cultuur blijvend ‘uit fase’ en is dat een kenmerk van onontkoombaar verval. Het enige antwoord daarop is volgens Voigt het herstel van een organisch ritme. En wat is zo’n natuurlijk ritme in een wereld die weinig wisseling van bewegingen toestaat en maar één tempo heeft, up, en maar één credo: meer. 

Afgelopen dinsdag hebben we met een beperkt aantal mensen de Winter Zonnewende gevierd. De kortste dag van het jaar, bijna volle maan. Een aantal jaar geleden zou ik daar niet aan hebben meegedaan maar ach, alles wendt, dus ik ook. Met twaalf mensen zaten we rond het kampvuur en stonden stil bij de wisseling van seizoenen. Opvallend was dat het minder koud was dan de viering van de herfst in september. Nou hoeft dat natuurlijk niks te zeggen en misschien ook wel. In ieder geval, we stapten even uit de tredmolen van de dagelijkse waan, onze aandacht werd getrokken door het vuur. En het werd stil terwijl de nagenoeg volle maan af en toe door de wolken knipoogde. Een beschermingsritueel werd gedaan om de groep af te schermen van nadelige externe invloeden, een reinigingsritueel om stil te staan bij de vraag hoe je in je kracht blijft staan in een zo snel veranderende wereld. En een mooie afsluiting in de Schaftwagen met warme wijn en Hete Bliksem van het Veld voor Verder. 

Herstel van het natuurlijke ritme is het enige werkelijke antwoord op de steeds groter wordende turbulentie in de buitenwereld. Het ritme van de seizoenen is de grondtoon van ons bestaan. De mate van aandacht voor deze levensstroom bepaalt of je leven en werk stagneert , voelt als het waden door stroperige massa of zichzelf vernieuwt. Toch lekker om af en toe eens in eht viir te turen en stil te staan bij deze wezenlijke vraag.

dinsdag 22 december 2015

Het wekende midden



De gemeenschap wordt opgebouwd uit levende onderlinge relaties, maar de bouwmeester is het levende, wekende midden. Een citaat van Martin Buber en bij het herlezen van deze zin, zie ik dat er wekende in plaats van werkende midden staat. Ik laat het staan. Het werkende midden is het wekende, oplossende midden. In mij rijst het beeld van een aangekoekte koekenpan. Ik kan dan erg mijn best doen en de bodem losschrapen, of ik kan de pan onder water zetten en de tijd het werk laten doen. Eigenlijk gaat dat voor veel zaken op. Gewoon de tijd de ruimte geven. 

De ruimte bestaat bij de gratie van de begrenzing. De leegte is de inhoud van de ruimte. Die leegte is onbegrensd en onafhankelijk van de ruimte. Die leegte is gevuld met energie. Niet te zien maar wel waarneembaar. Iedereen die rond een kampvuur heeft gezeten, kent de kracht van dat lege midden. En de warmte van de vlammetjes. Daar in het midden ligt het leidinggevend principe. Zonder dat het vastgelegd kan worden. Niemand heeft er het alleenrecht op en iedereen heeft er toegang toe. Daar begint het proces van samen nieuwe woorden, een nieuw taalraam vinden voor het waarom en waartoe van het grotere geheel. Een verbinding zoekend en vruchtdragend proces. Zonder dat Taalraam wordt het al snel Laat maar. Dezelfde letters maar door onverschilligheid in een fatalistische context geplaatst. Niks zo erg als onverschilligheid. Onverschilligheid roept extremisme op.    
   
In turbulentie worden extremen zichtbaar. En extremen lossen zich op in de nuance. In het levende, wekende midden, de bron van de krachten die in vrijheid tot ontwikkeling kunnen komen. En putten we uit deze bron of putten we deze bron juist uit?